Taiwan
Hallo allemaal!
Ik schrijf dit stukje vanuit het comfort van mijn eigen kamertje hier in Nederland. Zoals ik in mijn vorige blogpost meldde begin ik dus op 1 april met werken in Japan! Ze hebben in Japan minder vakantie-uren dan wij in Nederland (slechts zo’n 80 uur als je net bij een bedrijf begint), maar compenseren dit met veel meer publieke feestdagen. Ik zag dus nog even een uitgelezen kansje om nog even langs huis te gaan voor ik zou beginnen met werken!
Maar meer daarover later. Eerst even over mijn reisje naar Taiwan. Op 15 februari vloog ik met een Sonic the Hedgehog vliegtuig richting Taiwan, slechts 3 dagen na mijn landing van mijn Hokkaido tripje.
Het plan was om 5 dagen te gaan, maar omdat ik de reis godsgruwelijk slecht gepland had werden dit er uiteindelijk iets van 3,5. Plan geen reisjes met alcohol op, mensen 😝. De redenering als volgt: Ik wilde Taiwan dolgraag een keer bezoeken, maar geen gigantische interesse. Ik was op dat moment dichterbij dan ik waarschijnlijk ooit zou zijn, met voldoende geld en vrije tijd. Als ik terug naar Nederland zou gaan, zou Taiwan veel te ver weg zijn voor een kort tripje, en als ik eenmaal begin met werken is er geen tijd meer. Dus “nu of nooit”, dacht ik!
Ik landde in de avond van de 15e in de hoofdstad, Taipei, en een van de eerste dingen die me opviel was dat alle stoplichten een aftelmechanisme hadden. Niet zoals we hier in Nederland hebben met stipjes, maar een heuze timer! Zowel voor voetgangers als voor auto’s. Vet chill!
Ik kwam zonder problemen bij mijn hotelletje aan en ging slapen.
De volgende dag was het tijd om wat bezienswaardigheden te gaan zien! Op de agenda stonden een groot herdenkingsplein voor de oprichter van Taiwan, een tweetal tempels, een winkelstraat en wat tuinen.
Het plein was echt gigantisch! Het verhaal achter de leider zelf is wat minder herdenkingswaardig naar mijn mening (zo’n fantastische kerel was het niet), maargoed de oprichting van het land waar je in woont is natuurlijk best belangrijk.
De tempels waren erg mooi. Vergelijkbaar met Japan, maar toch wel flink anders. Blijkbaar was er de week voordat ik landde een lantaarnfestival. Dat was ik dus net misgelopen, maar er waren nog genoeg overgebleven lantaarns om de tempels te verlichten.
De winkelstraat was een interessante ervaring. Ik zou zeggen dat ze ruwweg verdeeld waren in ‘districten’, waar elk ‘district’ zijn eigen specialiteiten heeft. Thee, koffie, souvenirs, spullen voor thuis, en Chinese traditionele medicijnen (zwaluwnesten en haaienvinnen enzo…).
Verder was de tuin prachtig. Er bloeide al bloesem! Geen kersenbloesem, maar pruimen (volgens mij).
Ook heb ik nog een stukje over de beruchte ‘night markets’ gelopen. Wat een bizarre plekken! Hier hebben ze de vreemdste “voedsel” dingen: kippenvoeten, varkenspoten, kippenkoppen, hele geplette gefrituurde inktvis, ‘stinky tofu’ (doet z’n naam eer aan), hele kikkers, halve kikkers, en slangenvlees.
Voor de tweede dag ging ik Taipei uit. Op naar Jiufen, een oud, klein dorpje waar volgens legendes de Ghibli film ‘Spirited Away’ op gebaseerd is.
Na een uurtje reizen in de bus kwam ik aan in Jiufen, en het was er druk. En toeristisch! Het stikte er van de winkeltjes met allerlei lokale lekkernijen, made-in-China knockoff Ghibli souvenirs, en dezelfde meuk die ik in Taipei ook gezien had. Ik heb wat lokale snacks geprobeerd waarvan ik gelezen had dat het “must try”s waren: Een mochi met een soort radijs er in (niet lekker), en een bakje met.. ik weet het niet eens. Bonen, en een soort aardappel-achtig iets, en ijs? Niet vies, maar wel een beetje apart.
Het suffe was dat ik het Ghibli-gebouw ding niet eens gezien heb. Ik heb er volledig langsheen gekeken. Jiufen is in het donker gegarandeerd veel mooier. Ach ja, ik had een leuk reisje gemaakt, het was tijd om verder te gaan.
De volgende stop voor de dag waren de Shifen watervallen en Shifen zelf, nog een “old town” dorpje.
Met nog een bustripje werd ik in de buurt van de watervallen afgezet, en na een kleine wandeling door wat natuurgebied kwamen de watervallen in zicht. Hoewel niet zo indrukwekkend als bijvoorbeeld Niagara Falls ofzo was het een mooi watervalletje, zichtbaar vanaf verschillende punten en hoogtes.
Shifen zelf was erg vergelijkbaar met Jiufen, en ik had een donkerbruin vermoeden dat alle “old town”s in Taiwan hetzelfde zouden zijn: mooie, oude gebouwen met daarin een of andere toeristentrekker. Eten, straatvoer en/of souvenirs. Wel grappig aan Taiwan: de mensen die bij de winkels staan met samples voor hun straatvoer/souvenir voedsel drukken je de samples haast aggressief in de hand, maar blijven niet wachten op je reactie en proberen je het product ook niet aan te smeren. Echt een beetje een gevoel van “HIER, GRATIS ETEN”.
Wat een kenmerk van Shifen was, was de spoorweg die recht door het dorpje liep. Dit zou een interessante foto geweest zijn, ware het niet dat deze echt vol stond met mensen met lantaarns. Dit bleek de hoofdattractie van Shifen te zijn: voor een paar dollar kon je wat woorden op een (plastic) lantaarn schrijven, die vervolgens met een bundeltje brandhout de lucht ingelaten werd.
Klink romantisch? Nou, ik kon me goed voorstellen dat de bossen om Shifen heen helemaal vol zouden liggen met oude, plastic lantaarns. What goes up, must come down.. Ik heb het niet gedaan, mij niet gezien.
Vanaf Shifen ben ik met de trein weer richting Taipei gegaan, waar ik nog wat heb rondgeslenterd. De dag was lang geweest, en ik verlangde naar mijn bed.
De derde dag was alweer de laatste (hele) dag. Mijn plannen voor de dag waren niet heel uitgebreid: Ik wilde naar de bovenste verdieping van Taipei 101 (het hoogste gebouw in Taipei), ik wilde “Elephant Mountain” beklimmen, en souvenirs kopen voor mijn vrienden in Japan.
Ik begon met Taipei 101. Het weer was niet denderend, maar het kon slechter.. dacht ik. De tragische realisatie kwam toen ik eenmaal binnen was. Het werd sterk afgeraden om omhoog te gaan. Het weer was met rap tempo aan het verslechteren en de zichtbaarheid werd daardoor hoog in de toren vrijwel 0. Shit. Daar ging dat plannetje, en tevens ook mijn uitzicht :(
Dus ging ik maar door met het tweede plannetje: “Elephant Mountain” op. Dit bleek een makkelijke, maar wel lange klim te zijn. Geen bergpaadjes, maar trappen. Heel. Veel. Trappen.
Een leuk uitstapje, met toch nog een uitzichtje op het einde.
Tot slot de souvenirs. Ik ben de winkelstraat weer ingedoken en ben met wat lekkernijen weer terug naar het hotel gegaan. In de avond ben ik nog een bar ingeweest, maar ik heb het niet te laat gemaakt.
De volgende dag was het tijd om me klaar te maken om naar het vliegveld te gaan, maar niet voordat ik bij het poffertjesrestaurant dat ik gezien had langs wilde gaan! Hier hadden ze Nederlandse pannenkoeken en poffertjes die ik graag wilde proberen. Ik moet eruit gezien hebben als een halve zool daar; de poffertjes waren namelijk een toetje. Heb daar een toetje met een kop thee zitten eten als ontbijt..
De vlucht terug was zonder trammelant, en voor ik het wist zat ik weer op mijn kamertje in Osaka.
Zo kwam mijn enorm-korte-maar-enorm-volle Taiwan reisje ten einde. Het was eigenlijk maar 3 dagen, maar ik heb veel gezien en gedaan, joh. Wel een beetje spijt dat ik niet wat langer gegaan was. 5 dagen zou uitstekend geweest zijn, maargoed ik heb mijn best gedaan met 3. Grootste takeaways van Taiwan:
1. Het is er warm en vochtig, lieve help.
2. Het STIKT er van de scooters.
3. Iedereen spreek eigenlijk best wel heel goed Engels.
4. Overal is eten te scoren, en de hele stad ruikt naar voedsel.
Tot slot nog wat meer informatie over mijn baan!
1 april nadert, en ik heb nog geen enkel signaal gehoord dat het niet door zou gaan, dus het ziet er goed uit lijkt me.
Hoe ben ik bij deze baan gekomen? Nou, het blijkt dat een netwerk hebben toch wel heel belangrijk is. Via een Nederlandse vriend die ik via via heb leren kennen is deze baan me eigenlijk in de schoot gevallen. Hij, Chiel, had de baan namelijk zelf, maar hij beviel voor geen ene meter, dus vroeg hij of ik zijn baan wilde overnemen. Moest ik even over nadenken, maar na een week van gefaalde sollicitatiegesprekken en afwijzigingen via de email besloot ik “fuck it”.
Chiel had een gesprekje voor me geregeld met zijn (en nu dus ook mijn) baas Koji-san in het klaslokaal waar de lessen gegeven worden. Hij was een beetje laat, dus ik zat daar te wachten terwijl de les bezig was, waardoor ik alvast een voorproefje kreeg. Voor clubjes van 5-6 kinderen was er 1 leraar die samen met hen door een werkboek aan het werken was.
Het gesprek zelf was kort. Koji-san nam even polshoogte van mij, leek het. Mijn Engels was in orde en ik maakte blijkbaar een goede indruk, want ik kreeg na slechts een kwartiertje een contract onder mijn neus geschoven.
5 dagen per week, 3,5 uur per dag (15:00-18:30), 3000yen per uur met reiskosten volledig vergoed. Klonk goed! De locatie is ongeveer 40 minuten van mijn huis (deur tot deur) vandaan in 1 metrolijn zonder overstappen, wat me ook mooi wat tijd geeft om in de metro mijn Japans bij te spijkeren.
Geen vetpot, maar genoeg om van te leven (3k per uur is best veel), waardoor mijn spaarrekening in een buffer veranderd. Ik denk dat ik echt ontzettend veel geluk heb gehad met dit baantje!
Ik vertrek weer naar Japan op de 29e. Ik heb er zin in! Maar ergens ben ik ook wel verdrietig dat ik alles en iedereen hier weer achter moet laten..