Gelukkig nieuwjaar!

明けましておめでとうございます!
..is wat ze zeggen in Japan. Je leest het als ‘akemashite omedetou gozaimasu!’, en het vertaalt letterlijk naar “gefeliciteerd met het openen (van het nieuwe jaar)!”. Vrij vertaalt naar “gelukkig nieuwjaar”!

Het is inmiddels 2025, en ik ben hier al bijna 8 maanden. Hoewel ik hier zeker langer wil blijven, verlang ik ook wel stiekem een klein beetje naar huis. Het liefst zou ik een maand in de zomer in Nederland willen spenderen, waar het niet zo bloedje fucking heet is als hier, maar als alles een beetje redelijk gaat met werk vinden enzo dan is dat waarschijnlijk niet mogelijk.

“Maar hoe was oud en nieuw in Japan?” hoor ik jullie vragen van verre. Nou, dat zal ik jullie vertellen. Om het in 1 woord samen te vatten: vredig.
Ik heb niet een rotje, thunder king, strijker, cobra of vuurpijl gehoord, en dat was heerlijk. Verder wordt er ook niet hard gefeest om 12 uur, wat er ook voor zorgt dat het lekker rustig blijft. Over het algemeen zoekt men elkaar op, tellen ze af tot het nieuwe jaar, en gaan er dan om middernacht op uit naar de dichtstbijzijnde shrine om te bidden, geluksvoorwerpen te kopen, kleinschalige ritueeltjes uit te voeren en van de sfeer te geniten. Dit wordt 初詣 (‘hatsumoude’) genoemd, het eerste shrine-bezoek van het nieuwe jaar. Mijn vriend Carlo was op dat moment in Japan, dus ik ben samen met hem en wat van zijn vrienden naar een lokale shrine gegaan. Hier heb ik niet veel foto’s van omdat ik niet als een aso foto’s wilde gaan maken.

In plaats daarvan zal ik het proberen te omschrijven. Het was druk bij de shrine. Men stond in de rij om een paar munten in een 賽銭箱 (‘saisenbako’, een donatie-doos voor de tempel/shrine) te gooien en de lokale (Shinto) goden om geluk te vragen. Dit doe je door een (of meerdere) munt(en) in de saisenbako te gooien, een bel te rinkelen om de aandacht van de goden te trekken, twee keer buigen, twee keer klappen, bidden, en afsluiten met nog een diepe buiging (zie: hier). Ironisch is dat vrijwel alle Japanners dit ritueel vrij regelmatig doen (zelfs de ‘coole boys’ die tegen de regels aanschoppen), maar slechts weinig Japanners van mening zijn dat ze religieus zijn.
Hoe dan ook, naast de saisenbako stond een Japanse vrijwilliger van de shrine die iedereen een gelukkig nieuwjaar wenste, telkens weer. Toen het mijn beurt was om te bidden keek hij even verbaast uit voor hij me een ‘Happy new year!’ gaf. Carlo en ik waren daar immers de enige twee Westerners. Altijd grappig.
Na de offering liepen we een rondje om de shrine. Hier heb ik ook gelijk de eerste おみくじ (‘omikuji’, een papiertje met je fortuin er op geschreven. Als die niet bevalt kan je hem opknopen bij de tempel/shrine) gekocht met een leuk kraaltje eraan. Die hangt nu aan mijn jas. Ook was er een man in een soort leeuwenkostuum. Ik weet niet precies waar die voor was, maar men boodt hem hun hoofd aan, waarna die zachtjes beet en weer losliet. Zal wel geluk brengen ofzo. Natuurlijk heb ik dit ook gedaan! Ik moest iets door m’n knieen, want anders ging het niet haha.
Verderop kregen we sake aangeboden in een houten kop. Ook dit was een (lekkere!) traditie.
Hierna heb ik afscheid genomen van Carlo’s vrienden en ben ik samen met Carlo richting huis gegaan. Het was een interessante avond/nacht!

De volgende dag, 1 januari, is altijd een feestdag voor heel Japan. Iedereen is vrij!
En wat doet men met die vrije tijd? Nou, die gebruiken ze om naar een tempel of shrine te gaan natuurlijk!
Zo ook ik met wat van mijn vrienden, 3 Japanners (Yuki, Shingo en Kou) en een Australier (Aren). We zijn naar de 住吉大社 (‘sumiyoshi taisha’) geweest, een grote Shinto shrine in het zuiden van Osaka. Lieve help wat was het druk! Deed me een beetje aan een Nederlands festival denken; een grote groep mensen die langzaam in een richting beweegt. Iedereen was daar met hetzelfde doel: bidden voor geluk, en geluk hadden we wel met het weer. Het was een prachtige dag.

De shrine was hier wel op voorbereid, en er waren genoeg vrijwilligers om de menigte te sturen en begeleiden, en de saisenbako (die donatie-dozen) waren opgewaardeerd van een doos tot een gigantische bak met een laken waar men van verre al geld in zouden kunnen gooien. De ongeduldigen deden dat soms ook, en gooiden van meters ver weg een handvol glitterende munten richting bak, buig buig klap klap buig en weg daar. Toen we eenmaal stapje voor stapje bij de bak aangekomen waren kon ik duidelijk zien wat er in lag. Vooral 5-, 50-, en 100-yen munten (de 5-yen munten brengen geluk), maar er lagen ook meerdere biljetten van 1000 yen, een paar 10000 yen biljetten, en soms zelfs complete portomonnees in. Ik was tot mijn diepe schaamte al mijn muntgeld vergeten mee te nemen, maar gelukkig kon ik bij mijn vrienden wel een muntje of twee schrapen.

Hierna hebben we allemaal おみくじ (‘omikuji’, die fortuin-slips) gekocht. Ondanks dat 2025 het jaar van de slang is, had ik een haori aan met een konijn erop. Ik realiseerde me pas weken nadat ik deze gekocht had dat die bedoelt was voor het jaar van het konijn. DIK GELUK dat ik had dat het dier van deze shrine een konijn was! Om dit gelukje te eren heb ik een omikuji gekocht die in een konijnenbeeldje zat. Helaas viel die erg tegen, dus heb ik hem opgeknoopt aan het rekje. Later nog een おみくじ gekocht voor relaties, en dat was een 大凶 (‘daikyou’)!Heel erg slecht geluk! Extreem zeldzaam blijkbaar. Ik heb hem maar gauw opgeknoopt, die slechte vibes hoef ik niet. (Later realiseerde ik me dat hij dus erg zeldzaam was; ik had hem als souvenir moeten houden. Achja).

Hierna zijn we wat te eten gaan scoren. Bij een verrassend gebrek aan 屋台 (‘yatai’, voedsel- en drinkenkraampjes) hebben we maar curry gegeten in een klein restaurantje. Gemaakt door een kok die vroeger in het Japanse leger heeft gewerkt als kombuis op een marineschip. Niet zo bijzonder als het klinkt, maar alsnog erg lekker!

Tot slot heb ik iedereen bij mij thuis uitgenodigd om de dag af te sluiten met een bordspelletje. Het is in de Japanse cultuur nogal ongewoon om bij mensen op bezoek te gaan, dus ik was erg blij verrast toen iedereen instemde. Ik had namelijk de voorgaande dagen hard gewerkt aan een vertaling van een bordspel dat ik gekocht had, en wilde het dolgraag uitproberen. Het was erg leuk! Een zeer geslaagde dag uiteindelijk.

De volgende dag was het tijd om op reis te gaan! Met Aren, Shingo en Yuki hebben we een auto gehuurd om een rondreisje door Shikoku te maken, een groot eiland links onder Osaka. Dit was echt enorm gezellig, en de tijd is voorbij gevlogen. Wel had ik een beetje spijt dat ik niet voor een internationaal rijbewijs ben gegaan voor ik vertrok uit Nederland, aangezien ik daardoor zelf niet achter het stuur mocht. Aren heeft goed 95% van de trip gereden, en Yuki een klein stukje.

Hierboven de route die we (ruwweg) gereden hebben. De genummerde locaties waren onze overnachtingsplaatsen. De boekenlegger-achtige tekens op de map zijn opmerkelijke punten waar we heen zouden kunnen gaan als het een beetje uitkwam. Waar we precies heen zouden gaan besloten we min of meer op de dag zelf, of misschien de avond van tevoren.
Wat nu volgt is een kort stukje voor elke dag, gevolgd door een verzameling foto’s van die dag! Veel lees/kijkplezier!

Dag 1: Naar Shikoku

Op 2 januari was het dan zover, ons viertjes besloten om in Kobe (een middelgrote stad ten westen van Osaka) bij de autoverhuur af te spreken. Deze was een beetje weggemoffeld achter een gigantische Toyota autoverhuur, dus dat was even verwarrend, maar we vonden elkaar snel genoeg en toen kon het grote avontuur beginnen! De gehuurde auto was ruim zat voor 4 mensen plus baggage, en was uitgerust met allerlei sensoren om schade te voorkomen, maar geen cruise control.

Na een kort stukje door Kobe te hebben gereden kwamen we al bij het eerste opmerkelijke punt: (een van de) de langste hangbrug(gen) ter wereld, de 明石海峡大橋 (‘Akashi Haikyou Oohashi/Daibashi (niet zeker)’), die Kobe met Awajishima verbindt, bijna 4 kilometer lang! Op Awajishima was een ‘anime-park’ die we wel wilden zien, maar het was een beetje teleurstellend. Ja, er was zeker anime aanwezig (voor de nieuwsgierigen: Naruto, Bleach, Shin-chan, Monster Hunter, Dragon Quest en Godzilla), maar het was minder een ‘park’ en meer een ‘collectie thema-parkjes’ waar je voor elk apart moest betalen. En reteduur dat ze waren! Het zag er allemaal prachtig uit, maar na een klein beetje onderzoek bleek dat hetgene waar je voor betaalde eigenlijk best tegenviel. Doodsimpele spelletjes en/of puzzeltjes (voor kinderen bedoeld, waarschijnlijk. “iedereen moet kunnen winnen” enzo 🙄), wandeltochtjes waar je wat codes/chipjes moet scannen, en een kabelbaan ritje van (waarschijnlijk) een minuut of minder. Het was ons het geld niet waard, besloten we, waarna we verder zijn gegaan.

Verder is Awajishima bekend om.. uien? Heel trots waren ze er op. ZO trots, dat ze op de top van een lokale berg een soort.. uien-station hadden gebouwd, waar vrijwel alles uien-gerelateerd was. Heel maf. Maar ik houd van uien, dus dat was geen probleem! Onderweg hebben we een hamburger gegeten van lokale koe en ui! Erg lekker.

De AirBnB die we hadden in Takamatsu was waanzinnig! Ruim, genoeg spullen als handdoeken enzo, de bedden waren fantastisch, alles was piekfijn in orde! Er was zelfs een super nintendo waar we wat op gespeeld hebben. Man, dat was nostalgisch 😊
Het avondeten was udon-noedels. Daar is Takamatsu beroemd voor, blijkbaar. Ik realiseer me eigenlijk dat vrijwel elke stad en/of prefectuur in Japan “een” voedsel heeft waar ze om bekend staan. Dat zouden we in Nederland ook moeten doen. De udon smaakte uitstekend! Met een goed gevulde maag hebben we in de AirBnB nog een bordspelletje gespeeld voor het tijd was om te gaan slapen.

Dag 2: Teveel om te doen

De dag begon vroeg. Die verrekte checkout om 10 uur ook altijd. Het bed was zo lekkerrrr…
Voor ontbijt besloten we om weer udon te eten, maar de rij voor de zaak waar we heen wilden was ronduit belachelijk!!!!!

Het grootste probleem op dit punt was: Er waren een 4-tal dingen ofzo die we wilden gaan doen, maar de meesten sloten de deuren om 17:00 uur. Dus we moesten kiezen. Uiteindelijk besloten we om even* naar de Ritsurin tuinen te gaan, want die waren dichtbij (*lees: dit werd langer dan ingeschat), naar een grote shrine op een berg ook niet al te ver weg, en dan gassen naar Kochi om een mooie grot te gaan beloeren, voordat we naar een dichtbij gelegen restaurant zouden gaan waar we gereserveerd hadden.

Nou waren de Ritsurin tuinen veel groter en mooier dan gedacht, en uiteindelijk hebben we daar veel langer dan gedacht rondgebanjerd. Het was er vredig en mooi. We hebben lekker genoten.
En dan die tempel. 1300 traptreden omhoog! Nieuwjaar in Japan is 3 dagen lang (1, 2, 3 januari), en shrine bezoekjes zijn heel normaal in die drie dagen. Hierdoor was het hartstikke druk op die berg! Aan de voet, dichtbij het stadje Kotohira was de weg bezaaid met festivalstalletjes, en er waren tal winkeltjes met allerlei snuisterijen. Ook hier hadden we meer tijd gespendeerd dan gedacht, dus we moesten haast hollen naar de auto om de reservering nog te halen. Die grot konden we vergeten.

Het avondeten waar we voor gereserveerd hadden was 鍋 (‘nabe’, letterlijk: pan, of pot)! Een stenen pot op een gasvuur met een royale laag soep er in. Je bestelt allerlei verse gerechten om gaar te koken in de soep waardoor de soep zelf ook meer smaak krijgt. Als alles dan op is kook je rijst of noedels gaar in de soep en zo eet je de soep zelf ook op. 鍋 wordt gezien als een familiemaaltijd, iets wat je met je familie of vrienden doet, en iets wat ik altijd al een keer heb willen doen. Die kan van de bucketlijst af, dus!

De overnachting was dit keer in een hostel naast de stad Kochi. Toen we de auto geparkeerd hadden gebeurde er iets vreemds. Terwijl we de tassen aan het pakken waren kwam er een Japanse man heel dichtbij ons staan. Het was moeilijk te zien in het donker, maar hij keek heel nors, had zijn armen gekruist en zei geen woord. Ik stond het dichtstbij, dus ik groette hem voorzichtig in het Japans. Hij groette me terug, maar bewoog verder geen spier. Verbaast pakten we onze spullen en liepen we weg, richting hostel. Toen de verbazing/schrik een beetje was weggeebt realiseerde ik me dat ik misschien iets meer met hem had moeten praten, maargoed ik ga ook niet weer naar buiten.

Dag 3: Niks(?) te doen

Kochi is maar een klein stadje, maar wel eentje met een uitstekende bakkerij. Hier hebben we dankbaar gebruik van gemaakt en ontbijt gegeten. Het was echt wel even fijn om een goed broodje te kunnen eten 😭

Dan de titel van deze dag. Kochi is maar een klein stadje, maar ten oosten van Kochi was nog veel minder. Eigenlijk was er maar 1 ding waar we echt heen wilden. Voor de rest besloten we om maar gewoon rustig de weg te volgen, en bij alles wat interessant leek te stoppen. Met goed gezelschap is alles leuk!

In de buurt van het hostel was een korte wandelsroute met een ‘vogelverschikkermuseum’. Hier was ik wel nieuwsgierig naar, dus besloten we om eerst daar maar een kijkje te nemen. Nou bleek de wandeling zelf veeeeel interessanter dan het ‘museum’. We liepen door een prachtige vallei met honderden soorten planten. Prachtig! Het “museum” bleek een schuur te zijn met daarin wat maffe vogelverschikkers en wat oud gereedschap. Grappig, maar zeker niet indrukwekkend. De tweede helft van de wandeling was langs de kust, terug richting het hostel. Een fijne wandeling!

Hierna zijn we het zuidelijkste puntje (van onze reis) gereden waar een mooi uitkijkpunt was. Adembenemende uitzichten kan ik altijd wel van genieten, aangezien we er daar absoluut 0 van hebben in Nederland.

Door naar onze hoofdattractie van de dag: een verlaten schoolgebouw dat omgetoverd was tot aquarium. Vooral interessant voor mij was de school zelf. De layout van de school was echt exact zoals je ze in anime ook ziet, enigszins tegen verwachtingen in. De school was bedoelt voor kinderen vergelijkbaar met de onderbouw van onze middelbare school.
Het aquarium zelf was een beetje sneu. De standaard voor dierenwelzijn in Japan is wat lager dan bij ons in Nederland, en (te)veel van de dieren zaten in kleine tanks met weinig of geen decoratie. Dat vonden Aren en ik wat minder. Maar de vissen in het vroegere zwembad hadden het royaal!

Een eindje verderop kwamen we een gigantisch beeld van een of andere monnik tegen, met in de buurt zijn geboorteplaats (een grot, natuurlijk). Dit beeld hoorde natuurlijk bij een (Buddhistische) tempel, waar we even wilden gaan kijken. Dit was echt in the middle of nowhere, trouwens! We hebben 1 enkele andere auto gezien.
Desondanks was deze tempel bemand. Een oud vrouwtje van waarschijnlijk achter in de 80 zat in een klein hokje TV te kijken. Toen we aan kwamen lopen pakte ze een gebogen stok om het raampje mee open te trekken. Ze was blij verrast om buitenlanders te zien die interesse toonden in de tempel EN die Japans konden spreken!
Voor 400 yen (zo’n 2,40 euro) mochten we naar binnen. De tempel was zoals altijd goed onderhouden. Het beeld was brandschoon, en erg indrukwekkend. Zeker het geld waard.

Hierna zijn we langzaampjes aan richting 旅館 (‘ryokan’, traditionele Japanse herberg) gereden. Bij een onsen in de buurt wat te eten gescoord (“dam curry”, gebaseerd op een dichtbij gelegen dam. haha.), terug bij de herberg samen met de kerels in bad geweest (heerlijk. geen foto’s van, natuurlijk), voor we nog een kaartspelletje gespeeld hebben en kalmpjes aan in slaap gezakt zijn. zzzz..

Dag 4: Terugkeer

Om 8 uur stond voor ons het ontbijt klaar: een klassiek Japans ontbijt met rijst, vis, soep, salade en augurkjes. Goed te pruimen. De oude man die de ryokan draaiende hield was erg aardig en had ons toestemming gegeven om zoveel koffie te drinken als we wilden, gebarende naar een koffiepot. Helaas was hij vergeten om de warmhoudplaat aan te doen, dus die was koud.. Achja.

Het plan voor de dag was om terug naar Kobe te gaan, en een paar dingen te zien die we op de heenweg gemist hadden: de draaikolken bij Naruto, en de eerste tempel van 88 tempels verspreid over Shikoku. Misschien dat ik die 88 ooit in m’n leven ga doen. Wie weet.

We zijn vanaf de Ryokan in een streep doorgereden naar die eerste tempel. Grandioos was die niet, maar hij had zeker zijn eigen charmes. Hier heb ik een juzu-armbandje gekocht van mijn geboortejaar met een klein manjushri’tje er in.. denk ik. Ook heb ik een demonen-afwerend kaarsje aangestoken om van mijn 大凶 (slechte geluk) af te komen. Een prachtige tempel, en zoals vrijwel altijd piekfijn en brandschoon.

Een eindje hiervandaan was een 道の駅 (‘michi no eki’, letterlijk “station van de weg” of “wegstation”), een klein winkeltje, meestal met lokale goederen en souvenirs. Altijd leuk om te bezoeken. Tijdens de reis hebben we wel vaker 道の駅 bezocht. Deze was blijkbaar vlakbij een toeristenattractie, the “German House” of zoiets, dus alles was Duitsland-themed! Ook hadden ze importgoederen uit Duitsland! Heel maf om Kühne augurken in Japan te zien. En Bitburger.
Hier hebben we wat gegeten en wat souvenirtjes gekocht. Ik had chocochip koekjes en Haribo kikkers!! LEkker!!

Hierna zijn we doorgereden naar de Naruto draaikolken. Deze onstaan blijkbaar natuurlijk in het kanaal aan de Shikoku-kant tussen Shikoku en Awajishima doordat snelstromend water tegen langzaamstromend water aan botst, wat de kolken tot gevolg heeft. Ze zijn blijkbaar sterker in de lente vanwege redenen die ik me niet kan herinneren, maar ze waren dus niet super indrukwekkend in de winter. Alsnog interessant om te zien! De mensen van vroeger moeten gedacht hebben dat de goden hier aan het spelen waren ofzo!

Tot slot nog wat souvenirtjes bij de brug gekocht voordat het toch echt tijd was om de brug weer over te steken richting Kobe.

Al met al een uitstekend tripje dus! Heb het uitstekend naar mijn zin gehad. De tijd is voorbij gevlogen..
Volgens mijn Japans lerares is mijn Japans er ook nog op vooruit gegaan!

Hierna heb ik mijn leven weer als normaal opgepakt. Carlo was nog steeds in Japan, dus ik had me voorgenomen om flexibel te blijven tot hij weer weg was.
De volgende paar dagen heb ik met Carlo rondgehangen, en heb ik de dingen gedaan die ik altijd al deed. Bordspellen, praatjes maken met mensen, Japans leren, etc.

De 12e nog met Aren, Shingo en Yuki naar een bordspellencafe geweest, maar sinds vandaag ben ik aan de bak gegaan. Alle dingen die ik heb uitgesteld gaan vanaf vandaag, de 13e van januari gebeuren. Zo heb ik vandaag dit hele stuk geschreven, en heb ik mijn volgende solo trip naar Hokkaido volledig geboekt.
4 februari stap ik in het vliegtuig naar het meest Noordelijke eiland van Japan! Eens kijken of het daar wel vriest.. De 10e vlieg ik naar Tokyo (als overstap), waar ik twee nachtjes blijf om een oude vriend te ontmoeten. Tot slot vlieg ik de 12e weer terug naar Osaka, waarna (hopelijk..) mijn baan kan beginnen!

Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer!

Vorige
Vorige

Horizon

Volgende
Volgende

Genieten